Alles over de ‘Warmtevoucher’

Opmerking: De tweede oproep is gepland voor het najaar van 2020. Door de huidige corona-situatie is echter uitstel van de termijn mogelijk.
De financieringsvoorwaarden voor de tweede oproep kunnen afwijken van die van de eerste oproep.

Opmerking: De eerste oproep van december 2019 is afgesloten. Er zijn 14 aanvragen ingediend.

Het project Taskforce Warmtetransitie financiert haalbaarheidsstudies voor het onderzoeken van kansen en mogelijkheden voor de uitvoering van duurzame warmteprojecten voor publieke en private organisaties in de EUREGIO. De financiering is in de vorm van een voucher voor de evenredige vergoeding van de kosten voor externe diensten.

Doelstelling van het project

De “Taskforce Warmtetransitie” is een antwoord op de uitdagingen van een collectieve, duurzame warmtevoorziening in het Duits-Nederlandse grensgebied. Het door INTERREG gefinancierde project heeft tot doel de implementatie van concrete oplossingen op lokaal niveau te ondersteunen en de ontwikkeling van nieuwe initiatieven op gang te brengen die zich momenteel in de plannings- of voorfase bevinden.

In het kader van het project bestaat de mogelijkheid om naast de ondersteuning door de Taskforce Warmtetransitie ook een haalbaarheidsstudie te subsidiëren.

Het financieringsinstrument heeft tot doel om met de hulp van experts een antwoord te vinden op de specifieke vragen op het gebied van warmtenetwerken in het INTERREG-programmagebied. Met de uitvoering van een haalbaarheidsstudie kunnen de kansen en mogelijkheden voor de exploitatie van duurzame warmte in kaart worden gebracht. Heeft u een project op het gebied van warmtevoorziening en wilt u een haalbaarheidsstudie laten uitvoeren? Dan kunt u hier een “warmtevoucher” aanvragen voor de ondersteuning en subsidie van uw project.

Kan ik een voucher aanvragen? Waar kan ik een voucher voor gebruiken?

De warmtevouchers zijn bedoeld voor gemeenten, MKB’s en andere (publieke en private) organisaties en initiatieven die een haalbaarheidsstudie willen uitvoeren naar de verdere ontwikkeling van de duurzame warmte-infrastructuur.

Met een dergelijke voucher kan een deel van de kosten van een haalbaarheidsstudie worden ondersteund. (Het hoogte van de financiering en de maximale subsidiabele kosten zullen vóór de oproep in de tweede helft van 2020 worden bekendgemaakt.) Daarnaast krijgt u desgewenst ook advies van de Taskforce Warmtetransitie.

Een voucher vergoedt alleen de kosten van een haalbaarheidsstudie als deze door een derde partij wordt uitgevoerd. De vouchers dienen niet ter dekking van de interne kosten van de aanvragende instelling (bv. personeelskosten).

voorlopige Financieringsvoorwaarden (een aanpassing vóór de volgende oproep in de tweede helft van 2020 is mogelijk)

  • In aanmerking komen gemeenten, ondernemingen, stichtingen, verenigingen en andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen en natuurlijke personen die een bedrijf runnen.
  • De aanvrager is gevestigd in het programmagebied INTERREG VA Deutschland-Nederland (https://www.deutschland-nederland.eu/nl/interreg-programma/facts-figures/).
  • De haalbaarheidsstudie wordt gebruikt voor geplande projecten die inhoudelijk al gevorderd zijn.
  • Projecten die worden gesteund, moeten gericht zijn op hernieuwbare energiebronnen*.
  • De subsidieontvanger stemt in met de publicatie van de projectresultaten en -gegevens. De resultaten van de haalbaarheidsstudie worden dan in ieder geval gepubliceerd op http://taskforce.wiefm.eu.
  • De haalbaarheidsstudies moeten binnen zes maanden na goedkeuring worden uitgevoerd en afgerekend.

De beoordeling van de ingediende aanvragen zal worden gebaseerd op de volgende criteria:

  • Het potentieel van uw project voor een duurzame warmtevoorziening in de betreffende regio.
  • De verwachte ( finale en primaire) energiebesparing in MWh, de levering van duurzame warmte in MWh en het niveau van CO2-reductie.
  • Het innovatieve karakter (technisch/bedrijfseconomisch).
  • De overdraagbaarheid van de verwachte resultaten naar andere warmteprojecten in het programmagebied.
  • De bereidheid van bedrijven en openbare instellingen om ook grensoverschrijdend samen te werken.

Belangrijk

Het totale bedrag van de financiering is beperkt. Zodra de middelen zijn besteed, kunnen geen projecten meer worden gefinancierd. Er bestaat geen wettelijk recht op financiering.

Als u een INTERREG-project uitvoert bent u gebonden aan de aanbestedingsregels uit artikel 3 van de algemene aanvullende bepalingen. Daarin staat dat u bij opdrachten vanaf 15.000 euro een aanbesteding moet doen. De vorm van aanbesteding hangt af van de waarde van de opdracht. Bedraagt het ordervolume voor één order meer dan 15.000 euro (excl. omzetbelasting), dienen tenminste drie offertes te worden aangevraagd.

Attentie! Veel organisaties hebben hun eigen aanbestedingsregels of zijn gebonden aan federale of staatswetten. Deze worden niet ongeldig gemaakt door deelname aan INTERREG-projecten. De hier genoemde regels zijn slechts de minimale vereisten voor deelname aan een INTERREG-project.

Hoe vraag ik een voucher aan?

Om een warmtevoucher aan te vragen, kunnen aanvragen digitaal worden ingediend op vaste termijnen. De volgende contactpersonen zijn beschikbaar om u te adviseren over de aanvraagprocedure.

Kiemt:

Tjardo Derksen

Kiemt

E-Mail: contactformulier

Jochem Garthoff

Kiemt
Tel: +31 (0) 6 57 93 41 19
+31 (0) 26 446 14 69
E-Mail: contactformulier

FH Münster:

Simon Nießen

Forschungsteam FH Münster
Tel.: +49 (0) 2551 9-62725
E-Mail: zum Kontaktformular

Christian Käufler

Forschungsteam FH Münster
Tel.: +49 (0) 2551 9-62725
E-Mail: zum Kontaktformular

Hoe werkt de aanvraagprocedure?

De aanvraagformulieren dienen digitaal te worden ingediend; de bovengenoemde contactpersonen zullen u helpen bij de aanvraagprocedure.

De beoordeling wordt uitgevoerd door een extern team van deskundigen.

Bij een positieve beoordeling zal de FH Münster, als leadpartner partner van het totale project, de aanvrager een warmtevoucher overhandigen. Ook de uitvoeringstermijn wordt in deze voucher gespecificeerd. De haalbaarheidsstudie moet worden uitgevoerd en afgerekend binnen zes maanden na de toekenning van de warmtevoucher.

Zodra de haalbaarheidsstudie is afgerond, kan de subsidie worden aangevraagd. De subsidies worden verstrekt volgens het principe van de terugbetaling van de uitgaven. Hiervoor worden de factuur van de externe dienstverlener en het betalingsbewijs aan de Hogeschool Münster voorgelegd. Na uitbetaling van de gelden aan de hoofdpartner wordt het subsidiebedrag overgemaakt aan de aanvrager van de warmtevoucher. De werkelijke hoogte van de financiering is afhankelijk van het toegezegde subsidiepercentage. De basis voor de betaling van de middelen is het daadwerkelijk betaalde factuurbedrag

Voorwaarde voor de betaling is het bewijs dat de haalbaarheidsstudie is uitgevoerd in overeenstemming met de in de aanvraag gespecificeerde adviesopdracht.

* Opmerking Hernieuwbare energieën

Volgens de definitie van de EU-richtlijn Energie uit Hernieuwbare bronnen (richtlijn 2009/28/EG) is hernieuwbare energie: „energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk: wind, zon, aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen“ [1]

De volgende definities gelden eveneens:

„aerothermische energie”: energie die in de vorm van warmte is opgeslagen in de omgevingslucht;

„geothermische energie”: energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen;

„hydrothermische energie”: energie die in de vorm van warmte in het oppervlaktewater is opgeslagen;

„biomassa”: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval.

Restwarmte valt niet onder de definitie van hernieuwbare energiebronnen. Projecten voor het gebruik van restwarmte zijn subsidiabel als het gebruik van restwarmte het (extra) gebruik van fossiele brandstoffen kan vermijden. Restwarmte is subsidiabel als aangetoond wordt dat het project duurzaamheid aanjaagt door bij te dragen aan een infrastructuur voor warmte waarbij in de nabije toekomst duurzame warmte wordt benut, op basis van hernieuwbare niet-fossiele bronnen.

Definitie restwarmte: warmte die vrijkomt als bijproduct van een (industrieel) proces. Dit betekent dat:
(i) deze warmte anders zou worden geloosd, (ii) er geen extra brandstofinzet nodig is voor de productie van de restwarmte, (iii) er geen sprake is van warmte uit een WKK zonder derving en (iv) er geen sprake is van aftapwarmte. [2]

Restwarmte is CO2-neutraal (of bijna CO2-neutraal) als er geen (of nauwelijks) extra energie nodig is om de warmte te onttrekken en aan de eindgebruiker te leveren. Bij het gebruik van restwarmte moet de inzet van fossiele energie wordt vervangen.

Alle energie (elektriciteit) die nodig is om de restwarmte uit te koppelen en bij de eindverbruiker af te leveren, aan de restwarmte wordt gealloceerd. (Met de resulterende emissies.)


[1] EU-richtlijn Energie uit Hernieuwbare bronnen https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32009L0028 – Artikel 2

[2] Rapport „Duurzaamheid van warmtelevering – Voorstel voor inhoud van de rapportageverplichtingonder de Warmtewet“, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken – S. 8, S. 18

Laatste verandering: 27.04.2020